Palmzondag – 29 maart 2026 – 10.00 uur Grote Kerk Marken
Voorganger: drs. P. van Dam
WELKOM en mededelingen – ouderling van dienst.
Aanvangslied 24: 1, 2, 3
STIL GEBED – BEMOEDIGING EN GROET
Tekst bij de zondag:
De volgende dag, toen de grote menigte, die voor het feest gekomen was, hoorde, dat Jezus naar Jeruzalem kwam, namen zij palmtakken, gingen uit Hem tegemoet, en riepen:
Hosanna, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren! en: De koning van Israël!
En Jezus vond een jonge ezel en Hij ging erop zitten, gelijk geschreven is: “Wees niet bevreesd, dochter Sion, zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel.”
Lied Psalm 24: 4, 5
Gebed om ontferming
Als Genadeverkondiging: Lied 32: 1, 2
Gebed bij de opening van het Woord
SCHRIFTLEZINGEN
Lezing uit het Oude Testament: Jesaja 50: 4-7 – door ouderling van dienst
Waarna in plaats van gemeentezang luisteren naar:
Een koraal uit de Mattheus Passion
Bach koor en orkest o.l.v. Pieter Jan Leusink
Vertaling Ria Borkent
Mijn Lieve Jezus, wat hebt U misdreven,
Dat men een zo hard vonnis heeft gewezen?
Wat is uw schuld,
tot welke diepe dalen, bent U gevallen?
Lezing uit het Nieuwe Testament Marcus 14: 1 – 11 – door ouderling van dienst
We luisteren naar een lied uit het Paasoratorium: Het Lam dat ons doet leven.
Tekst: Ria Borkent / Muziek: Dirk Zwart
Maria heeft aan Jezus
een goede daad gedaan.
Zij heeft haar liefde Hem betoond,
met stromend goud Zijn hoofd gekroond,
de weelde van haar hart heeft zij
zo overvloedig uitgestort,
dat van haar werk gesproken wordt voor altijd.
Maria heeft aan Jezus
een goede daad gedaan
Die zij met nardus overgoot,
geen dood is rijker dan Zijn dood.
Die zij met balsem heeft gezalfd
gaat op naar Zijn begrafenis,
omdat het bijna Pasen is en hoog tijd.
Gij hebt aan mij, Heer Jezus,
Uw goede dood gedaan.
Gezegende naar wie ik tast,
aanzie het kruikje van albast,
mijn hart, dat tot U openbreekt
en neem dan alle lof en dank
als mirre aan, als een geschenk
voor altijd.
Uitleg en verkondiging
ZINGEN Lied 557
Collecte
GEBEDEN
SLOTLIED 118: 9, 10
ZEGEN
Amen – lied 431b